Voorbeelden: omeprazol en esomeprazol.
Geïndiceerd bij reflux en gastritis.
Risico: Langdurig gebruik kan gepaard gaan met een verhoogd risico op chronische nierziekte.
Let op: Vermijd continu gebruik zonder toezicht. Overweeg aanpassingen in uw levensstijl om reflux te beheersen.
3. Enkele
voorbeelden van antibiotica: gentamicine en vancomycine.
Risico: Ze kunnen directe toxiciteit voor niercellen veroorzaken, vooral bij hoge doses of tijdens langdurige behandeling.
Let op: Gebruik dit middel alleen zoals voorgeschreven en volg de medische instructies nauwgezet op.
4. Bloeddrukverlagende medicijnen (ACE-remmers en ARB’s)
Voorbeelden: lisinopril en losartan.
Let op: ze kunnen de nieren op de lange termijn beschermen, maar vereisen wel controle.
Risico: Tijdens uitdroging of acute ziekten kunnen ze de nierfunctie tijdelijk beïnvloeden.
Voorzorgsmaatregelen: Ga regelmatig op controle en drink voldoende water.
5. SGLT2-remmers (voor diabetes)
Voorbeeld: empagliflozine.
Risico: Ze kunnen aanvankelijk een daling van de nierfunctie veroorzaken, vooral als er sprake is van uitdroging.
Verzorging: Regelmatige controle en voldoende vochtinname.
6. Chemotherapeutische geneesmiddelen.
Voorbeeld: cisplatine.
Risico: Ernstige niertoxiciteit.
Verzorging: Ze vereisen specifieke hydratatieprotocollen en nauwlettende monitoring.
7. Lithium
wordt gebruikt bij bipolaire stoornis.
Risico: Het kan zich in het lichaam ophopen en op lange termijn niertoxiciteit veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen: Regelmatige controle van de bloedspiegel.
8. Supplementen met een hoge dosering
