Het gezicht van de vrouw was gedeeltelijk afgewend.
Ze droeg een zonnebril.
En om haar nek hing een zilveren hanger die Rachel meteen herkende.
Haar hanger.
Diegene die de vorige kerst uit haar sieradendoosje was verdwenen.
Rachel vergrootte de afbeelding.
Ze hield haar adem in.
De vrouw was geen onbekende.
Rachel kende haar.
Ze had dat gezicht de afgelopen drie jaar bijna elke werkdag gezien.
Op kantoor.
Tijdens vergaderingen.
Tijdens bedrijfslunches.
We werken op slechts twee kantoren afstand.
Vanessa Cole.
Rachels assistent.
De vrouw die toegang had tot haar agenda.
Haar loonadministratie.
Haar gescande handtekening.
Haar onkostennota’s.
En af en toe haar computer.
Er verscheen nog één laatste e-mail.
Het bevatte slechts vijf woorden.
Vraag Vanessa wie Rachel Carter is.
Rachel draaide zich langzaam om naar de gesloten slaapkamerdeur.
Beneden lachten haar kinderen met hun grootouders.
Buiten begonnen de avondschaduwen zich over de maïsvelden uit te strekken.
Haar telefoon ging over.
Onbekend nummer.
Rachel antwoordde wel, maar zei niets.
Een vrouw fluisterde:
“Rachel?”
Ze herkende de stem meteen.
Vanessa.
“Waar ben je?”
Vanessa klonk alsof ze aan het huilen was.
“Je moet heel aandachtig luisteren.”
“Had je een relatie met Brandon?”
“Nee.”
“Lieg niet tegen me.”
“Nee, dat ben ik niet.”
“Ik heb de foto gezien.”
Vanessa haalde onregelmatig adem.
